Chemisch kent men vier grote groepen, die als drugs of als psychotica
de neuronen van het zenuwstelsel verwoesten.
De stoffen zelf in de groepen, weten vanzelfsprekend niet, of ze nu als
een verboden drug of als een levensreddend medicijn worden gebruikt.
Hun gebruik hangt vooral af van de perceptie die de maatschappij eraan
wil geven en wie er welk geld wil aan verdienen, misdaad-geld of
medisch-geld.
Deze groepen (indolen, cannabinoïden, piperidilbenzylaatesters,
phenylalkylamines) zijn psychotica omdat ze dosis per dosis neuronen
verwoesten. Indolen: LSD, melatonine,
circadianes. Cannabinoiden: zijn bekend. Piperidilbenzylaatesters:
cocaïne, methylphenidaat (Rilatine,
Concerta) trazodone, varenicline (Champix). Phenylalkylamines:
waarbij:
Phenylmethylamine → Ketalar.
Phenylethylamines: → dexamfetamine, Desoxyn, Wellbutrin, Zyban,
Pervitin, methamfetamine,Aderall.
Phenylpropylamines → Prozac, Strattera en de meeste andere SSRI's.
Phenylbutylamine → Silomat (intussen verboden).
Daardoor verandert de werking van het zenuwstelsel: controleverlies
over gedrag (psychotisch gedrag), zelfmoord, veranderde perceptie op de
realiteit (antidepressief, maar ook nieuwe depressies), tics,
hallucinaties, stemmen horen, wanen,agressie.
Het ontstane psychotisch gedrag door het controleverlies, corrigeert
men medisch met de gekende antipsychotica (neuroleptica).
Omdat het zenuwstelsel het gevaar aanvoelt reageert het met een
gevarenreflex (fight or flight, of de doping-kick), en met het vormen
van antilichamen om de aanvallers proberen te neutraliseren.
Op het patroon van die antilichamen kan immunochemisch getest worden
met bijvoorbeeld de speekseltest.
De gevarenreflex doet de bloedvaten dichtklappen.
Vandaar dat chronisch gebruik, en het chronisch dichtklappen van de
bloedvaten ervoor zorgt dat:
1) (op het hart) een pulmonaire hypertensie ontstaat, waaraan men
meestal plots doodvalt (en dus geen aangeboren hartziekte is).
(Cardiologencongres Venetië 2003)
2) (in de hersenen) de diepere hersencellen, die het geheugen
onderhouden, via de al zeer fijne bloedvaatjes, die dus dichtklappen,
geen zuurstof meer krijgen om te overleven, en ervoor zorgen dat zij de
mysterieuze amyloidplakken gaan vormen, waarvan men nu al weet dat die
Alzheimer veroorzaken.